Spring naar content

Developmental coordination disorder (DCD)

Handleiding gesprek over bewegen

Hieronder vind je een aanpak en handige tips voor een persoonlijk gesprek gericht op een kind met developmental coordination disorder (DCD). Wil je verdieping? Klik dan hier voor achtergrondinformatie over sporten en bewegen met DCD.

  • …kinderen met DCD minder vaak sporten en bewegen dan andere kinderen? Hierdoor kan de achterstand in motoriek groter worden.
  • …kinderen met DCD vaak onzeker zijn als het gaat om sporten en bewegen?

Start gesprek 

Zullen we het samen hebben over sporten en bewegen? Wat vind jij leuk om te doen?

Als het kind niet verder wil praten, is dat ook goed. Dan kun je bijvoorbeeld zeggen: ‘Prima, mocht je er toch een keer iets mee willen, dan weet je me te vinden.’ Ook al doe je niets, het zaadje is mogelijk wel geplant. 

  • In een kort gesprek kun je kinderen en hun ouders/verzorgers al bewust maken van het belang van bewegen, de voordelen ervan, welke activiteiten bij hen passen, en welke stappen ze kunnen nemen om actief te blijven.
  • Kinderen kunnen snel vermoeid of verveeld raken als er veel informatie op hen afkomt. Houd daarom de uitleg kort en simpel en vat aan het einde het gesprek kort samen. Gebruik eventueel papier om kernwoorden, tekeningen of stappen te noteren en geef dit mee naar huis. Visuele hulpmiddelen versterken het begrip en maken het gesprek interactiever.  
  • De meeste gezondheidswinst valt te behalen met de stap van bijna niet bewegen naar een beetje bewegen.

Ga na wat bij het kind en ouders/verzorgers al bekend is

Bewegen en sporten kunnen helpen voor kinderen met DCD. Wat weten jullie al over de voordelen van bewegen?

Door te vragen wat het kind en ouders/verzorgers al weten kun je hier goed op aansluiten. Dit voorkomt herhaling en helpt de interesse vast te houden. Ook kun je zo inspelen op positieve effecten die nog niet genoemd zijn.

Deel voordelen 

Zal ik wat vertellen over de voordelen van bewegen die andere kinderen met DCD belangrijk vinden? 

Gebruik de volgende toelichting: 

Veel kinderen voelen zich beter door meer te bewegen en vinden dat leuk om te doen, dit geldt ook voor kinderen met DCD. Voldoende bewegen kan leiden tot: 

  • Een verbeterde motoriek. Je zult beter worden in wat je gaat oefenen als je doorzet en er genoeg tijd in steekt; 
  • Een verbeterde conditie, sterkere spieren en botten, en langer kunnen spelen zonder moe te worden;
  • Meer vriendjes maken en beter leren samenwerken; 
  • Meer zelfvertrouwen en lekkerder in je vel zitten;
  • Minder angst en spanning ervaren;
  • Beter kunnen concentreren en functioneren op school.

Je kunt de Argumentenkaartjes erbij pakken om meer inzicht te geven in de voordelen van bewegen. Met deze gesprekstool voer je het gesprek met ouders vanuit het perspectief van de ouders.

Bemoedig zelfreflectie

Welke van deze voordelen spreken jullie aan en waarom?

Wist-je-dat…

Ook als kinderen en hun ouders/verzorgers de voordelen van bewegen inzien, ervaren zij alsnog vaak belemmeringen rondom sport en bewegen. Probeer deze belemmeringen te achterhalen en kijk samen hoe dit ondervangen kan worden. Luister aandachtig naar de zorgen van het gezin. 

Sommige kinderen met DCD vermijden bewegen, voelen zich onzeker, hebben weinig zelfvertrouwen of worden gepest. Juist voor hen is het extra belangrijk om een geschikte sport of bewegingsactiviteit te vinden die hen plezier brengt en iets positiefs toevoegt aan hun dag. Daarnaast denken kinderen en hun ouders/verzorgers soms dat er geen passend sportaanbod in de buurt is of dat sporten te duur is. 

Ouders/verzorgers hebben grote invloed op het beweeggedrag van hun kind. Als zij bewegen niet zien als iets belangrijks en zelf weinig bewegen, dan zullen kinderen dit gedrag overnemen. Probeer daarom ook ouders/verzorgers mee te nemen in het gesprek.

Het herhalen en benoemen van de genoemde belemmeringen helpt het gezin om zich gesteund te voelen. Dit zorgt voor begrip en een gevoel van erkenning. Bijvoorbeeld: ‘Ik snap dat het spannend is om meer te gaan bewegen. We zoeken samen naar iets wat bij jou past.’

Maak het persoonlijk  

Wat zou voor  jullie als gezin een reden zijn om meer te gaan bewegen?

  • Door kinderen en ouders/verzorgers zelf redenen te laten benoemen, voelen ze zich meer betrokken bij de keuze om te gaan bewegen. 
  • Persoonlijke wensen/verlangens/belangen die kinderen en ouders/verzorgers zelf noemen zijn een grotere motivatiebron om gedrag te veranderen dan rationele redenen. Probeer hier in het gesprek naar te zoeken. 
  • Focus op korte termijn doelen zoals meer plezier en zelfvertrouwen. Voor veel kinderen zijn de lange termijn gezondheidseffecten minder zichtbaar, terwijl korte termijn doelen vaak motiverend werken.

Samenvatten

Zullen we kijken waar we het allemaal over gehad hebben?

Sta samen kort stil bij de onderwerpen die tijdens het gesprek besproken zijn. Vraag het kind wat hij of zij ervan vindt. Laat vooral het kind het woord doen, hiermee kun je kijken of hij of zij de informatie begrepen heeft.

Stel de kernvraag  

Denk je dat je meer wil gaan bewegen? 

Nee?

Bedank het kind voor het gesprek. Geef aan dat er altijd alsnog over bewegen gesproken kan worden in de toekomst.  

Ja?

Ga dan door naar de volgende stap ‘maak samen een plan’.

Gebruik de volgende toelichting:
Naast ‘ja’ en ‘nee’, kan het kind ook aangeven dat hij of zij wel meer wil gaan bewegen, maar daar nu nog niet aan toe is. Maak dan samen een vervolgafspraak op een later moment. Probeer het kind hierbij een intentie te laten formuleren met een ‘als-dan’ plan: ‘als ik vakantie heb, dan kom ik terug om verder te praten’. Zegt een kind ‘ja, maar’, luister dan goed naar de belemmeringen en probeer hier op in te spelen, eventueel in een vervolgafspraak.

Maak samen een plan

Zullen we samen een plan maken om aan de slag te gaan?

Gebruik de volgende toelichting: 
Wil het kind aan de slag met bewegen, bespreek dan samen de mogelijkheden. Geef het kind de ruimte om eerst zelf met ideeën te komen. Als het kind zelf niets kan bedenken kun je twee of drie opties geven die jij geschikt vindt. Laat het kind vervolgens zelf kiezen welke vervolgactie hij of zij wil ondernemen om het gevoel van keuzevrijheid te vergroten. Denk bijvoorbeeld aan de volgende opties:

Specifiek sport- en beweegaanbod voor kinderen met DCD

  • Verwijs naar Sportbouwer: Sportbouwer biedt lessen aan waarin kinderen sportvaardigheden leren door deze op te splitsen in kleine, behapbare stappen. Op deze manier kunnen ze stapsgewijs vooruitgang boeken, wat zorgt voor succeservaringen en meer motivatie.
  • Raadpleeg Club Xtra: Het doel van de lessen van Club Xtra is om kinderen op een speelse, niet-prestatiegerichte manier kennis te laten maken met verschillende soorten beweegvormen en plezier in het sporten te laten ervaren. 
  • Doorverwijzen naar tweedelijnszorg: Bij veel revalidatiecentra bestaan er speciale programma’s die gericht zijn op het verbeteren van motorische vaardigheden bij kinderen met DCD. Voorbeelden hiervan zijn de Tarzan & Jane groep en de All stars groep

Algemeen sport- en beweegaanbod voor kinderen met een chronische aandoening

  • Meer bewegen gedurende de dag: Lopend of fietsend naar school zorgt voor meer dagelijkse beweging. Door speelgoed zoals een bal of springtouw in het zicht te leggen worden kinderen gestimuleerd om actief bezig te gaan. Daarnaast leren kinderen door gedrag van anderen te kopiëren, dus het goede voorbeeld van ouders/verzorgers kan bijdragen.
  • Zoek een sportvereniging in de buurt: Op www.sport.nl vind je een overzicht van sportverenigingen in de buurt. Voor persoonlijk advies kun je contact opnemen met een buurtsportcoach. 
  • Verwijs naar Multisport lessen: Multisport biedt lessen waarin kinderen door middel van uitdagende, maar veilige, klim- en klauter parcoursen leren om met plezier goed te bewegen. Een voorbeeld van een multisportaanbieder is Monkey Moves
  • Doorverwijzen naar sport- en beweegaanbod: Zoek samen met het kind naar een geschikte sport of beweegactiviteit. Een hulpmiddel zoals Sportkompas kan ondersteuning bieden bij de oriëntatie. Deze tool kan worden georganiseerd door gemeenten en scholen.
  • Raadpleeg Uniek Sporten: Het platform Uniek Sporten ondersteunt kinderen met een beperking bij het vinden van sport- en beweegmogelijkheden in de buurt.
  • Raadpleeg Fitkids: Fitkids is een beweegprogramma voor kinderen met een chronische ziekte, beperking of langdurige aandoening. Onder begeleiding van fysiotherapeuten werken kinderen in een veilige en leuke omgeving aan hun fitheid, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden.
  • Doorverwijzen naar een kinderfysiotherapeut: Een kinderfysiotherapeut ondersteunt bij het ontwikkelen van motorische vaardigheden en het opbouwen van belastbaarheid.

Bij kinderen die erg weinig bewegen of bang zijn voor negatieve effecten kan het helpen om samen met een kinderfysiotherapeut te starten met bewegen. Zorg ervoor dat de beweegactiviteit qua niveau, begeleiding en setting goed aansluit bij de mogelijkheden en wensen van het kind. Financiën kunnen een belemmering vormen om het kind te laten sporten en bewegen. Het Jeugdfonds biedt financiële ondersteuning als het geld thuis even niet toereikend is.

Plan een vervolg

Zullen we een nieuwe afspraak plannen om verder te praten over wat jou kan helpen?

De opvolging hoeft niet per se met jou te zijn, dat kan ook met een collega, kinderfysiotherapeut, of bijvoorbeeld een buurtsportcoach. 

Na de eerste afspraak kun je informatie over het belang van bewegen meegeven aan het kind.